• Inzendingen voor veiling 623(13 & 14 april 2012) worden aangenomen tot 1 februari
  • Veiling 622 (4 & 5 november 2011)Nu online beschikbaar

1864

uit de collectie ’W. Guillaume’

Ingeklemd tussen onze veel verzamelde eerste emissie en de uit zes waarden bestaande populaire derde emissie zit de emissie 1864. Dat de emissie 1852 graag verzameld wordt is logisch. Het zijn de eerste postzegels, waar altijd een magie vanuit gaat. Bovendien is er veel over geschreven. Alle erop voorkomende afstempelingen zijn uitvoerig beschreven door jhr. F.W.B. Van Humalda van Eysinga en gepubliceerd in de Speciale Catalogus 2001 van de NVPH. Zojuist is het vierde supplement verschenen op het losbladige boek over de intrigerende plaat IA van de 10 cent. De emissie 1867 kent naast de 5, 10 en 15 cent ook de waarden 20, 25 en 50 cent. Het is een echte nieuwe emissie, in twee typen, met verschillende tandingen, meer gebruiksmogelijkheden, etc.
Wat is er aan de hand met de tweede emissie? Het lijkt alsof de populariteit beduidend minder is dan de emissies 1852 en 1867. Hoe vaak ziet u nog op een tentoonstelling een gespecialiseerde verzameling emissie 1864 gepresenteerd?
Uiteraard valt over smaak niet te twisten, maar onze persoonlijke mening is dat dit de mooiste echt klassieke Nederlandse zegels zijn. Maar het is ons de afgelopen vier jaar opgevallen dat voor deze prachtige zegels te beperkte belangstelling bestaat. En dat is onrechtvaardig, want de serie verdient beter.

Aan de hand van enkele vragen kunnen wij zien wat de 5, 10 en 15 cent voor de liefhebber allemaal in petto hebben.
  • Wat zijn de verschillen tussen de Utrechtse druk en de Haarlemse druk?
  • Zijn deze zegels te platen en zo ja, hoe?
  • Hoe onderscheiden wij bij de 5 cent de plaat I van de plaat II?
  • Wat zijn de kenmerkende retouches van de 5 cent plaat I?
  • Waarom is de 10 cent plaat II maar zo kort in gebruik geweest?
  • Hoe is de 10 cent plaat II herkenbaar en hoeveel exemplaren zijn er bekend?
  • Wat zijn de vroegst en laatst bekende gebruiksdata van de verschillende zegels, zowel van de Utrechtse als van de Haarlemse druk?
  • Wat wordt bedoeld met kopstaande perforatie en hoe is dit te herkennen?
  • Hoe zeldzaam zijn zegels met velrand?
  • Welke proeven bestaan er?
  • Waarom variëren andere afstempelingen dan FRANCO-in-kastje van lastig tot zeer zeldzaam?
  • Welke puntstempels zijn op de verschillende waarden bekend? Welke aanvullingen op bv. De puntstempels en langstempels zijn er op de lijst van Cleij?
  • Naar welke bestemmingen buiten Nederland zijn brieven, gefrankeerd met de tweede emissie, bekend?
  • Hoeveel combinatiefrankeringen zijn bekend met zegels van de eerste en derde emissie?

Natuurlijk zijn er nog meer vragen te bedenken, maar de bovenstaande opsomming beoogt alleen maar aan te geven dat deze zegels tot studie en verzamelplezier uitnodigen. Zonder het standaardwerk Emissie 1864 van J.F. Cleij is het niet goed mogelijk om diepgang te brengen in de kennis en de verzameling. Alle aspecten van deze zegels worden breed uitgemeten. Om deze zegels te platen is meer nodig. Regelmatig worden zowel losse zegels als paartjes en zelfs strippen van drie aangeboden. De prijzen zijn heel betaalbaar, dankzij de wet van redelijk aanbod en beperkte vraag.

Kijkt u net zo uit naar het bewonderen van gespecialiseerde verzamelingen 1864 op tentoonstellingen als wij, of overweegt u serieus zelf een speciaalverzameling op te bouwen? Het zal u beslist veel plezier opleveren.

Actueel

Ondernemen is risico's lopen.Ondernemen is ook kansen grijpen wanneer deze zich voordoen. De overname van Van Dieten Postzegelveilingen was zo’n kans!
Lees meer...
van Dieten Postzegelveilingen
Bakkerstraat 22
6041 JR Roermond
T. +31 (0)475 56 35 00
E. info@vandieten.nl
Meer...