• Inzendingen voor veiling 623(13 & 14 april 2012) worden aangenomen tot 1 februari
  • Veiling 622 (4 & 5 november 2011)Nu online beschikbaar

Het ‘gezicht’ van de Nederlandse Postkantoren (1837 - 1 juli 1869)

De postzegel werd in Nederland geïntroduceerd op 1 januari 1852, maar vóór die datum werden brieven uiteraard al wel franco verzonden, zij het in beperkte mate. Het kantorennet is van 1850 tot 1869 behoorlijk uitgebreid, aansluitend aan de invoering van de Postwet per 1 september 1850 eerst met 28 kantoren en daarna volgde op 12 april 1861 nog eens een uitbreiding met 14 postkantoren.

Het ‘gezicht’ van de Nederlandse postkantoren wordt in eerste instantie natuurlijk bepaald door de meest gangbare administratieve (vertrek)stempel. Maar op (met postzegels) gefrankeerde brieven is vanaf 1837 vooral de locale franco (vernietigings)stempel1 beeldbepalend en die is identiek met de bij verzamelaars zo populaire klassieke francohalfrondstempel2.

In 1861 verdringt - op brieven - de ‘FRANCO in kastje stempel’ of ‘FRANCO in omlijsting’ 3 als uniforme landelijke vervanger de locale fleur van de francohalfrondstempel, die slechts achterblijft in de administratieve vertrekstempel. Pas met de nummerstempels komt in 1869 de identiteit van de kantoren weer om de hoek kijken. De administratieve scheiding tussen brieven en drukwerk (vanaf de brievenbus) maakt dat de administratieve postale behandeling van drukwerk (goedkoper tarief) nationaal achterloopt bij de behandeling van briefpost. Op drukwerk blijft de francohalfrondstempel op alle postkantoren in zwang tot 1 januari 1869 en voor sommige kantoren zelfs nog langer.

Op de achtergrond is er dan ook nog de zegeling met de driehoekige zegelstempels door de directeuren van postkantoren (namens de fiscus!) van buitenlands drukwerk 4. Afhankelijk van het papierformaat werd meer of minder belasting geheven. Op de grotere kantoren worden er na het model ‘Voorloper (V)’ (in gebruik van 1824 tot 1843) zegelstempels aangetroffen van 1V, 3, 4V, 6, 7V en 9 ct (1843-1869). Op de kleinere kantoren zijn er vaak minder stempels, zoals in Oldenzaal - met zekerheid - alleen de 1V, 4V en 6 ct en in Wormerveer mist ook de 3 ct. De voorgeschreven kleur van de zegelstempels was blauw, maar vaak zien we ook zwart en soms rood (Gorinchem, Utrecht en Wormerveer). Ze werden met het ‘Dagbladzegel’ 5 afgeschaft op 1 juli 1869. Op kantoren waar(voor) geen zegelstempels (besteld?) waren vond zegeling van het buitenlandse drukwerk hoogstwaarschijnlijk plaats door ‘geschreven visering’.

Op de kleinere kantoren is de verscheidenheid aan stempels (typen) en zegelstempels (waarden) dus kleiner dan op de grotere kantoren. Hieronder volgt een samengesteld overzicht van het anno 2005 bekende stempel- en zegelingsprofiel van alle postkantoren uit de periode 1837 tot 1 juli 1869. Daartoe zijn de volgende (semi)postale categorieën op een rij gezet:

  1. Francohalfrond-stempels (blauw) op brieven (binnenland en buitenland) en dito drukwerk van 1837 tot 1 januari 1852.
  2. Francohalfrond-stempels (zwart) op met de emissie 1852 gefrankeerde brieven of op losse zegels.
  3. Francohalfrond-stempels (zwart) op na 1 januari 1852 gefrankeerde brieven naar het buiten land, maar zonder zegels.
  4. Francohalfrond-stempels (zwart) op gefrankeerd drukwerk (maar zonder zegels!) van 1 januari 1852 tot 1 januari 18696 .
  5. Francohalfrond-stempels (zwart) op met de emissie 1869 gefrankeerd drukwerk of op losse zegels van deze emissie (vanaf 1 januari 1869).
  6. Driehoekige zegelstempels (blauw, zwart of rood) van 1837 tot 1 juli 1869.


De belangstelling voor categorie 2) is onmiskenbaar groot. Die voor 5) is ook bekend 7 . Over de fiscale categorie 6) is in het verleden uitvoerig gepubliceerd en de belangstelling daarvoor is er wel, maar deze stukken zijn slechts mondjesmaat beschikbaar. De categorieën 1) en 3) zijn – posthistorisch gezien - ten onrechte minder populair, maar worden wel vaak aangetroffen in posthistorische streekverzamelingen. De met hoofdletters 8 aangegeven stempels zijn ooit geregistreerd en/of gepubliceerd. De op deze wijze geformeerde stempelprofielen geven de postkantoren een eigen ‘gezicht’.
Zo vallen Veghel en Breskens op omdat ze werden opgericht tussen 1854 (stempel C voor brieven / drukwerk) en 1861 (stempel C alleen voor drukwerk). Veghel werd postkantoor op 1 mei 1857 en Breskens op 1 januari 1858 .

In deze Jubileumveiling van Van Dieten Postzegelveilingen BV zijn de categorieën 1), 3), 4) en 6) meer dan gemiddeld vertegenwoordigd. Van die vier categorieën volgt hieronder nog een enkel voorbeeld.

Haarlem, 1838
Kavel ex 5995 (categorie 1)


Goes, 1852
Kavel 5555 (categorie 3)


Leiden, 1852
Kavel 5556 (categorie 4)


Amsterdam, 1863.
Kavel 5670 (categorie 6)

In de hoop dat velen uit het hier aangeboden materiaal iets van hun gading vinden voor hun verzameling, willen wij als verzamelaars het veilinghuis graag feliciteren met deze Jubileumveiling en succes wensen voor de toekomst.

J. Vos


  1. O.M. Vellinga (1932) 30, 37 en 39; Korteweg (ca 1957) 55, 56 en 57; vroege gebruiksjaren van dit stempeltype zijn: ’s Gravenhage (1837), Leiden (1838) Rotterdam (1838), Haarlem (1839) en Amsterdam (1840)[JV].
  2. F.W.B. Van Humalda van Eysinga (2005) in Specialiteiten Catalogus 2006-2011. “Afstempelingen op eerste emissie postzegels van Nederland 1852-1879; […] A) Stempels van (Hoofd)postkantoren […]”, pp. 129 t/m 142.
  3. Per 12 april 1861. Korteweg (1957) 58. In Specialiteiten Catalogus 2006-2011 “Afstempelingen op eerste emissie postzegels van Nederland 1852-1879; A3) Stempels van (Hoofd)postkantoren”, pp. 143 t/m 145.
  4. Nederlandse Zegelwetten van 1824 resp. 1843. Vellinga (1932) [Voorlopers / JV] 388, 389, 390, [391, 392 en 393 / JV]. Zie artikelen in Nederlandsch maandblad voor Philatelie van september en december 1986, van januari 1988, van maart 1989 en van oktober 1990.
  5. Zie Joan Hemels (1969) “Op de bres voor de pers, de strijd voor de klassieke persvrijheid” en Joan Hemels (1992) “Onder het juk van een fiscale druk”. Gedrukt / verschenen bij resp. Van Gorcum & Comp. N.v./ dr. H.J. Prakke & H.M.G. Prakke (Assen, 1969) en bij Otto Cramwinckel Uitgever (Amsterdam, 1992).
  6. Zie ook Vellinga (1932) 39a.
  7. A. Van der Willigen (in Hagapost 1969): “1869-1969 Honderd jaar Nederlandse drukwerkzegels” met een lijst van afstempelingen op de pp. 105 t/m 108. Sindsdien zijn er de nodige aanvullingen gekomen (zie in dit verband bijvoorbeeld Van Dieten / Veiling nummer 541 / mei 1992).
  8. De ‘hoofdletters A, B en C’ zijn een erfenis van Dr. F.L. Reed (1964) “De halfrondstempels op de emissie 1852 Nederland (The halfround post marks on the firsty issue of the Netherlands)”.
  9. Frans Blom (1972). “Documentatie Postinrichtingen 1850 – 1906 (Deel I) met Ressortlijst, aangevende Postkantoren met de daaronder, ook tijdelijk, geressorteerd hebbende Hulpk. Enz. Enz.(Deel II)”. Uitgave Ned. Bond van Ver. Van Postzegelverzamelaars.

Actueel

Ondernemen is risico's lopen.Ondernemen is ook kansen grijpen wanneer deze zich voordoen. De overname van Van Dieten Postzegelveilingen was zo’n kans!
Lees meer...
van Dieten Postzegelveilingen
Bakkerstraat 22
6041 JR Roermond
T. +31 (0)475 56 35 00
E. info@vandieten.nl
Meer...