• Inzendingen voor veiling 623(13 & 14 april 2012) worden aangenomen tot 1 februari
  • Veiling 622 (4 & 5 november 2011)Nu online beschikbaar

De mysterieuze brieven-tweeling ‘Oosterwolde’

Alsgewoon hulpkantoor moest Oosterwolde overeenkomstig het gestelde in dePostwet van 1850, effectief per 1 september 1850, zijn naamstempel alsvertrekstempel aan het begin van de postale route in zwart op deachterzijde van de te verzenden brief plaatsen. Vernietiging van deeventuele zegel(s) aan de voorzijde door hulpkantoren was slechts invier uitzonderingsgevallen toegestaan1. Eén daarvan betrof adressenbinnen de bestelkring van het hulpkantoor en een tweede uitzonderinggold de situatie dat wanneer het hulpkantoor van bestemming zodanig inhetzelfde ressort gelegen was dat bij een ongunstige ligging van hethoofdkantoor rechtstreeks vervoer sneller kon verlopen. In al diegevallen resulteerde dat in een vertrekstempel op de achterzijde en eenvernietigingsstempel op het zegel aan de voorzijde. De voorgeschrevenplaats van de zegel(s) was de linker bovenhoek. Van Oosterwolde en nogmeer van het naburige Oldebercoop komen zulke brieven met zegels van deeerste emissie betrekkelijk vaak voor (afb. 1)2.


Afbeelding1. Rechtstreeks en zonder tussenkomst van het postkantoor Heerenveenverzonden brief van het hulpkantoor Oldebercoop (zwart naamstempel K.61 op de voorzijde gebruikt als vernietigingsstempel)3 naar hetnaburige hulpkantoor Oosterwolde (in 1998 geveild bij Van Dieten inveiling No. 569, kavel 2652). Het voorname adres op de brief issierlijk geschreven met een breed aangesneden ganzenveer, waarmeedikkere en dunnere halen mogelijk zijn. De notaris4, De Heer K. Tadema,was tevens Lid van den [Gemeente]Raad te Oosterwolde.

PerCirculaire nr. 639 d.d. 25 januari 1865 werden de stempelvoorschriftenvoor alle hulpkantoren aangepast: een zwart vertrekstempel op devoorzijde en wel in de rechter bovenhoek. Logisch, want dezegelafdeling zat in principe links (bovenaan). Per Circulaire nr. 658van 3 november 1865 ‘werden de postdirecteuren uitgenodigd om hetgebruik van dezelfde rode stempelinkt, welke op de postkantoren werdengebruikt, door de onder hen ressorterende brievengaarders zoveelmogelijk te bevorderen’ 5. De voorschriften geven niet expliciet aan ofdit verzoek behalve voor vertrek- en aankomststempels ook voorvernietigingsstempels zou moeten gelden. Wel zien we aan de beschikbarebrieven vanaf die datum dat de brievengaarders beide afdrukken op devoorzijde in rood hebben geplaatst. De emissie 1852 was toen alvervangen door de emissie 1864 met vroegste stempeldata uit augustus1864.

Het valt gemakkelijk in te zien dat rode afdrukkenvan de naamstempel (K. 61) op de emissie 1852 alleen mogelijk zijn bijhet opgebruiken van die emissie na augustus 1864. De meesteOosterwolde-brieven hebben aan de voorzijde één zwartvernietigingsstempel naar het voorbeeld in afbeelding 1, wijzend op eendatering van vóór 25 januari 1865. Oosterwolde-brieven zijn vrijwelallemaal afkomstig uit het archief van notaris Tadema te Oosterwolde.Daarover nu eerst iets meer.

Het Tadema-archief isopgedoken in 1933 en de betoverende verschijning daarvan werd in 1972door mr. W.S. Wolff de Beer6 extatisch beschreven als ‘De VordenVondst’. Zijn opvallend emotionele relaas is onlangs nog eensgedeeltelijk geciteerd7. De kern van dit relaas luidt: ‘Wat ertevoorschijn kwam, overtrof mijn stoutste dromen. De brieven blekenafkomstig te zijn uit het archief van notaris Tadema in Oosterwolde ende enveloppen – er zaten geen brieven meer in – waren grotendeelsafkomstig van correspondentie in Oosterwolde of omtrek, de meeste uitOldebercoop. Ik mocht uitzoeken en koos alleen het allermooiste. Naveertig jaar herinner ik mij natuurlijk niet alle aankopen, maar vooraléén is mij bijgebleven en wel twee brieven met volledig langstempelOosterwolde in rood in prachtige conditie. Nadien heb ik nooit meer eenrood langstempel op brief op de eerste emissie gezien. De geschiedenisvan deze beide brieven tot heden kan ik u ook vertellen. Eén exemplaarbehield ik zelf, één stond ik op dringend verzoek af aan de meestbekende stempelverzamelaar in die tijd, Dr. Carsten te Amsterdam. Wieschetst mijn verontwaardiging, toen na de oorlog de collectie Carstenop de veiling kwam en bleek dat de zegel en de stempel uit de briefwaren geknipt. Zeker is dat Dr. Carsten, die op de laatste dag van deoorlog door een kogel op de Dam werd gedood, dit niet had gedaan. […].De hele brief bleef ongeveer veertig jaren in mijn bezit en werd tenslotte verkocht bij de verkoop van het tweede deel van mijn collectiein de 450ste Van-Dietenveiling onder nummer 105.[…]. Ik vond slechtséén brief met rood stempel Oosterwolde (K.64)8 op de 5de emissie. Dezewerd in de genoemde Van-Dieten veiling onder nummer 464 verkocht’.

Dehierboven beschreven ongedateerde Tadema-brief emissie 1852 met tweerode naamstempels Oosterwolde (zie afb. 2 onder) is dus in meerdereopzichten een bijzondere en unieke brief 9.

Met dit verhaalen deze wetenschap was ik meer dan tien jaar geleden in de gelegenheidom een Oosterwolde-brief te kopen met twee (blauw)zwarte stempels aande voorzijde. De gelijkenis met de in rode inkt gestempelde brief trofmij, niet alleen door de twee stempelafdrukken, maar ook door hetformaat en door het‘handschrift’ van het adres. Niet helemaal zeker vanmijn zaak vroeg ik advies aan een bij die gelegenheid aanwezige, mijbekende veilinghouder ‘Wat te doen?’. ‘Niet kopen’ zo luidde zijnadvies ‘want van Oosterwolde zijn er toch wel heel veel brieven bekenden de prijs is wel wat aan de hoge kant’.

De mysterieuzegelijkenis met het rode tweeling-exemplaar wilde mij echter nietloslaten en daarom kocht ik deze (blauw)zwarte evenknie (afb. 2 boven).Bij thuiskomst zocht ik naar een kopie van de rode brief en begreep de– tot mijn verwondering – inderdaad wel erg grote gelijkenis: ‘De tweebrieven vormden samen een anderskleurige tweeling!’. Mijn verbazing namalleen maar toe toen bleek dat bij de blauwzwarte helft de inhoud vande brief wel aanwezig was. Brief en inhoud vormen één geheel en bestaanuit een tot brief gevouwen half vel machinaal vervaardigd papier met devolgende tekst (zie volgende pagina):

Haulerwijk 3 Juny 1865

Heer en Vriend K. Tadema

Het is Ueb zeker al bekend dat
Hendrik Fs 10 is overleeden
en zoo hij mij wel gezegt heeft
staat Ueb Met hem op nu de
Erfgenamen in Rekening

Ook heb ik nog wat te vorderen
ten bedrage van somma ƒ 24.72,50
hier om zou ik Ueb vriendelijk
Willen verzoeken als dat voor mij
te willen mits ook kennen inhouden

Na Groete
Ueb Vriend
F.H. Beijert 11

Afbeelding2. Boven: blauwzwarte helft en onder: de rode helft (ex collectie Wolffde Beer) van de anderskleurige Oosterwolde tweeling.
De twee brieven en de inhoud van de (blauw)zwarte brief geven ons de volgende aanknopingspunten:

  1. De beide brieven zijn vrijwel identiek voor wat betreft het gebruikte soort briefpapier, het gevouwen formaat (geen bedelbrief!), het handschrift en de wijze van zegelopplakking.
  2. De 2x2 afdrukken Oosterwolde (K. 61) in (blauw)zwart resp. Rood zijn qua langstempel identiek en bovendien identiek geplaatst met dezelfde stempel.
  3. De plaats van herkomst van de beide brieven is dus Haulerwijk (brievenbus/bestelhuis),waardoor binnen de bestelkring rechtstreeks vervoer per bodeloop toegestaan was naar het hulpkantoor Oosterwolde (binnen het ressort van het postkantoor Heerenveen).
  4. De datum van de (blauw)zwarte brief is 3 juni 1865; deze valt keurig tussen de data 25 januari en 3 november 1865, waardoor twee voorgeschreven (blauw)zwarte stempels aan de voorzijde: rechtsboven voor vertrek en linksonder voor de vernietiging van de zegel.
  5. Het gaat in beide gevallen en op hetzelfde adres in Haulerwijk om laat gebruik van de vijf cent waarde van de eerste emissie, omdat de voorraad daarvan bij de heer T. H. Beijert in 1865 kennelijk nog niet op was!
  6. Het gaat vermoedelijk in beide gevallen om een verrekeningskwestie bij de afwikkeling van een nalatenschap. Er zijn geen tekenen van onderdanigheid tussen de correspondenten. De ‘opziener’ Beijert en notaris Tadema kenden elkaar, zoals mag blijken uit het woord ‘Vriend’.
  7. De rode tweelinghelft (zonder briefinhoud) is vrijwel zeker na 3 november 1865 verzonden vanuit Haulerwijk. De huidige eigenaar zou opheldering kunnen geven over (het ontbreken van) deze datering.
  8. De (blauw)zwarte tweelinghelft is weliswaar minder spectaculair dan de rode helft, maar door de twee afdrukken Oosterwolde op de voorzijde zeker ongewoon voor de eerste emissie. Een filatelistische hereniging van deze brieven-tweeling zou daarom niet mis staan!

Andere rode stempels Oosterwolde (K. 61) uit het Tadema-archief zijn te vinden op brieven met de klassieke emissies 1864 en 1867 (afb. 3 boven en onder). Die met de emissie 1864 is dus ook gebruikt na 3 november 1865. In beide voorbeelden gaat het om andere handschriften, om zegelopplakking links boven in plaats van linksonder, maar wel om dezelfde langstempel Oosterwolde (K.61).



Afbeelding 3. Voorbeelden van rode Oosterwolde brieven met emissies 1864 (boven) en 1867 (onder) geveild bij Van Dieten in mei 1995 (V. 556, kavel 1927) resp. In september 1987 (V. 527, kavel 2122).

Bij Circ. 766 van 9 december 1869 werd voorgeschreven om alle stempels met zwarte inkt af te drukken12. Te beginnen op 15 december 1869, maar uiterlijk op 1 februari 1870. Oosterwolde heeft – zoals ook wel gezien wordt bij andere hulpkantoren – na 1 februari 1870 nog enkele jaren doorgestempeld met rode inkt. Dit valt op te maken uit de door Wolff de Beer vermelde unieke rode brief met de vijfde emissie (vanaf augustus 1872). Volgens hem kwamen uit het notaris Tadema-archief ‘ook een of twee brieven met rood stempel [Oosterwolde, JV] op de beide eerste porten’. In afbeelding 413 kunnen we zo’n exemplaar bewonderen.

In afbeelding 5 krijgen we tenslotte een betrouwbare indruk van hoe een notariskantoor op het Friese platteland er in het midden van de negentiende eeuw uitgezien moet hebben.


Afbeelding 4. Brief (uit notaris Tadema-archief) op 4 juni 1870 verzonden van hulpkantoor Smilde (‘open-takje’ stempel ressort Meppel, K.67 ) naar Oosterwolde (zonder tussenkomst van het postkantoor Heerenveen). In Oosterwolde volgde beporting als ressortbrief met vijf cent. De portzegel werd vernietigd met een rood langstempel Oosterwolde (K.61).


Afbeelding 5. Impressie van een naburig plattelands notariskantoor in Friesland (Reinder Buijsing notaris per 18 november 1823 in Augustinusga, voor bron zie noot 4).

Tussen al deze rode stempels is de hier beschreven ‘anderskleurige tweeling’ te beschouwen als een mysterie van de hoogste filatelistische orde! De opmerkelijke (blauw)zwarte tweelinghelft wordt in deze veiling aangeboden onder nummer 3039.

J. Vos


  1. Zie G.J.J.M. Van Hussen (2005) ‘Nederlandse Postgeschiedenis, De Klassieken’, pp. 63-67.
  2. Geveild bij Van Dieten in mei 1998 (Veiling No. 569, kavel 2652).
  3. Stempelnummering volgens P.C. Korteweg (1957) ‘300 Jaar postmerken van Nederland 1570-1870’.
  4. Volgens de naamlijst van Notarissen in Friesland 1606-1850 werd Klaas Tadema op 22 december 1835 notaris. Bron: J. Van Leeuwen, Matricula Notariorum Prov. Bibl. Frl. - Hs 1481 / Stedelijke Bibliotheek B 690 (= Cat. Visscher C 125) resp. S. Koopmans, Het notariaat in Friesland vóór 1811, Leeuwarden 1883.
  5. O.M. Vellinga (1932) ‘De poststempels van Nederland 1676-1915’, citaat p. 42, noot (1).
  6. ‘Vorden vondst: rode stempels’ door W.S. Wolff de Beer in Nederlandsch Maandblad voor Philatelie (1972), p. 670.
  7. Zie G.J.J.M. Van Hussen (2005) “Nederlandse Postgeschiedenis, Emissies 1852, 1864 en 1867, ‘De Klassieken’”, pp. 110/111.
  8. Uitgereikt in december 1871.
  9. Laatstelijk geveild bij Van Dieten in september 1990 (Veiling No. 536, kavel 2528, opbrengst ƒ 48.000,-), daarvoor bij de Nederlandsche Postzegelveiling (NPV) in februari 1981, opbrengst ƒ 15.000,-). In beide gevallen wordt aan de brief geen datum meegegeven, waardoor de conclusie gerechtvaardigd lijkt dat de inhoud inderdaad verloren ging.
  10. Genealogisch vond ik alleen een Hendrik Feddes op 18 januari 1803 te Zevenhuizen, hervormd gedoopt op 28 mei 1866 te Haulerwijk (vlg. Overlijdensakte nr 30-05-1866). Deze Hendrik woonde achtereenvolgens te Zevenhuizen (geboorte) in 1803, te Leek (huwelijk) in 1824, te Tolbert in 1832, te Haulerwijk op nr 145, 253 na 31-12-1859, te Haulerwijk in 1860 en te Haulerwijk (overlijden) in 1866. Alles lijkt te kloppen, behalve het jaar van overlijden. Hij was werkzaam als (veen)arbeider in 1832, 1856 (Haule), 1860 en 1863.
  11. Genealogisch gaat het hier vermoedelijk om Fedde Hinkes Beijert 04.12.1824 te Haulerwijk (Frl). Deze Fedde was werkzaam als opzichter van een veenderij en woonde te Haulerwijk in 1825 en in 1847 (huwelijk). De families Beijert en Kies (noot 10) waren aan elkaar verwant.
  12. O.M. Vellinga (1932) ‘De poststempels van Nederland 1676-1915’, p.29
  13. Afbeelding afkomstig uit Handboek Postwaarden Nederland, p. I1-9, afb. 18

Actueel

Ondernemen is risico's lopen.Ondernemen is ook kansen grijpen wanneer deze zich voordoen. De overname van Van Dieten Postzegelveilingen was zo’n kans!
Lees meer...
van Dieten Postzegelveilingen
Bakkerstraat 22
6041 JR Roermond
T. +31 (0)475 56 35 00
E. info@vandieten.nl
Meer...