Want zoveel is zeker: voor goede postzegels, mooie collecties en interessante poststukken worden hoge prijzen gerealiseerd. Dat heeft alles te maken met een sterke vraag uit de markt, die internationaal is. Immers, van de mogelijkheid online te bieden vanuit de gehele wereld wordt gretig gebruikgemaakt. En dat stimuleert de prijs.

Het grote aanbod van Nederland 1852 maakt de verzamelaar wat verwend. Meer dan ooit tevoren wordt op kwaliteit gelet. De randen moeten aan alle kanten breed tot zeer breed zijn. Dat geldt niet alleen voor losse zegels, maar ook voor paren en strippen. Bijzondere stempels zijn altijd in trek. De puntstempels 82 van Nijmegen op de 5 cent en 10 cent brachten € 650 (inzet € 300) resp. € 950 (inzet € 300) op. De veiling van een mooie, postfrisse zwarte 1 cent nr. 14A kende een levendig biedverloop wat resulteerde in een toeslag van € 2200 (inzet € 500). Een fantastische prijs bracht een postfris luxe exemplaar van de 20 cent nr. 24K op. Deze zegel ging voor € 7500 (inzet € 2000) naar een nieuwe eigenaar. Maar de absolute topper vonden we bij Nederlands-Indië, waar een postfrisse 2½ gulden met kopstaande opdruk BUITEN BEZIT. in perfecte kwaliteit het tot maar liefst € 26.000 bracht (inzet € 4000). De koper betaalde dus ruim 4x de cataloguswaarde.

De zitting postgeschiedenis: afstempelingen en poststukken, leverde weinig verrassingen op. Dat wil zeggen: voor klassiek Nederlands-Indië. Immers, vrijwel al ´ons´ posthistorische erfgoed verdwijnt naar Azië, en de Aziaten betalen daar veel geld voor. Ze hebben het ook. Een luxe afdruk van het zeldzame halfrond-francostempel Sambas op nr. 1 werd op € 2400 afgehamerd (inzet € 750). Een dergelijk stempel van Benkoelen op brief bracht het tot € 5500 (inzet € 4000) en van Probolingo zelfs tot € 3800 (inzet € 2500). Een zogenoemd Fleuronstempel van Suriname, op een brief uit 1814, verwisselde voor € 3800 (inzet € 2000) van eigenaar. Maar ook talrijke andere poststukken vonden voor bescheidener prijzen kopers.

Oorspronkelijke collecties, waarvan de bijzondere en waardevolle stukken er niet zijn uitgehaald, realiseren gewoonlijk de beste opbrengsten. Een collectie opdrukken van Suriname werd op € 4000 (inzet € 1000) afgehamerd. Hoge opbrengsten ook nu weer voor zegels Japanse bezetting van Nederlands-Indië, zoals een stockboek vol zegels van de Grote Oost voor € 5000 (inzet € 2000). Trouwens, de enig bekende Nederlands-Indische Rode Kruiszegel met Japanse bezettingsopdruk vond voor € 2600 (inzet € 1000) een koper. Collecties buitenland deden eveneens prima prijzen, zoals Egypte voor € 6000 (inzet € 1000), Irak eveneens voor € 6000 (inzet € 750) en Ethiopië voor € 3400 (inzet € 500). Een verrassing bood een doos Gehele Wereld vol klassiek materiaal: ingezet op € 500 eindigde de hamer op € 4400.

Alle vermelde opbrengsten zijn exclusief opgeld. De toekomst voor de filatelie lijkt, ondanks sombere geluiden die ons wel eens bereiken, rooskleurig. Naar het ´doodgewone spul´ is inderdaad vrijwel geen vraag meer. Maar voor bijzondere, niet-alledaagse stukken en collecties lijkt de markt sterker dan ooit.

U kunt daarvan ook profiteren. In voorbereiding is veiling 641, die op 12 en 13 april a.s. zal plaatsvinden. Heeft u een mooie collectie, een bijzonder zegel of poststuk of misschien een muntencollectie die u wilt veilen, dan zijn wij u graag van dienst. U bent gegarandeerd van zorgvuldige, deskundige beschrijvingen en een optimale presentatie. En u weet het… keep online!